
Jurisprudentie
BA7216
Datum uitspraak2007-05-16
Datum gepubliceerd2007-06-14
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/104 ALGEM
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-06-14
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/104 ALGEM
Statusgepubliceerd
Indicatie
Beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet indienen van de beroepsgronden.
Uitspraak
06/104 ALGEM
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 november 2005, 05/2424 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 16 mei 2007.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante is hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingdiend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad van 19 april 2007, waar partijen, het Uwv met voorafgaand schriftelijk bericht, niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 22 juni 2005 heeft het Uwv het bezwaar van appellante gericht tegen de
correctienota over het jaar 2001 niet-ontvankelijk verklaard in verband met het niet
indienen van de gronden van het bezwaar. Bij schrijven van 27 juni 2005 is namens
appellante tegen voormeld besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante bij het instellen van het beroep niet voldaan heeft aan diverse in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde vereisten, terwijl niet gebleken is van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en overweegt dat hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd in essentie een herhaling is van hetgeen in eerste aanleg naar voren is gebracht en met name ziet op de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Ook de Raad is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat appellante ter zake van haar beroep niet in verzuim is geweest. De Raad merkt daarbij op dat appellante in het geheel niet gereageerd heeft op het namens de rechtbank gedane verzoek om de geconstateerde verzuimen te herstellen.
Gezien het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.
De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2007.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) R.E. Lysen.
PR/110507

